Zoeken

Loopbaankronkels - Stijn Clysters

Ik mocht Stijn interviewen over de kronkels in zijn loopbaan, over abrupte eindes en over een nieuw begin en over hoe je hart volgen soms hand in hand gaat met angst, pijn en ongemak.


Loopbaancoaching en loopbaanbegeleiding

Stijn, laten we beginnen bij het begin. Wat studeerde je in het middelbaar en waarom?


Ik koos voor humane wetenschappen vanuit een vage interesse in het denken en voelen van de mens. Rond het vijfde middelbaar dacht ik: “Hier wil ik iets mee, ik wil mensen gaan helpen”. Dus het ging al vrij snel richting: “Ik ga psychologie studeren”.


Het was je dus al snel duidelijk welke kant uit. Het was niet zo dat er verschillende richtingen op tafel lagen?


Er was een vastberadenheid om psychologie te gaan doen. Maar het was ook beangstigend van: “Wat als het dat niet is, of wat als ik de “foute” keuze maak?”. Al kon ik die angst wel op een bepaalde manier langs me neerleggen.


Ik koos voor een professionele bachelor toegepaste psychologie met in het achterhoofd: “Na 3 jaar heb ik een mooi diploma, en als er dan nog goesting en ambitie moest zijn is er de mogelijkheid om nog verder te studeren”. Langs de andere kant ga ik niet ontkennen dat er ook angst was om de stap naar de universiteit te zetten. Ik voelde me daar op dat moment niet klaar voor. Het academische en de hoeveelheid theorie schrikten me toen af. Op kot gaan was ook al een grote stap.


De angst om te falen maakte dat ik in het begin

ontzettend in het studeren opging.

Misschien wel iets te strikt.


De angst om te falen maakte ook dat ik in het begin ontzettend in het studeren opging. Misschien wel iets te strikt: ik ging naar alle lessen, zat voortdurend achter mijn boeken, ... Hierdoor zat ik op een bepaalde manier wel wat op mijn eilandje gedurende de eerste jaren van mijn opleiding. Ik wilde de teugels in het begin heel erg stevig vasthouden zodat ik mij zeker niet kon verwijten: “Had ik toen maar dit of dat”.


Vond je de studierichting leuk?


Ik vond het vooral heel boeiend. Vooral de gedragsneurowetenschappen bleven me bij. Twee colleges van Christophe Lafosse en ik was helemaal verkocht. Hierdoor ben ik later ook een stage gaan doen in die setting.


In het tweede jaar had ik mijn eerste stage. Achteraf kan ik zeggen dat die stage voor mij eigenlijk iets te vroeg kwam. Ik vond het erg spannend en voelde er mij nog niet klaar voor. Die stage liep ontzettend moeilijk. Ik voelde geen klik met mijn stagementoren. Ze hadden ook nog nooit een student uit mijn opleiding begeleid. Ik geraakte steeds meer in mezelf gekeerd en kon er totaal mezelf niet zijn. Ik werd onzekerder met de dag en mijn stage mondde uit in een onvoldoende na een dubieuze puntentoekenning. Er werden erg kwetsende dingen in mijn stageverslag genoteerd, wat ik pas in het volgende opleidingsjaar te weten ben gekomen. Zaken die ik gewoon niet kon begrijpen en mijn latere stagementoren net zo min.


Hoe ging je daar dan mee om? Dat lijkt me een moeilijke periode.


Ik denk dat ik mag zeggen dat dat tot nu toe één van de lastigste periodes uit mijn leven was. De manier waarop het gelopen was, maakte dat ik ook heel neerhalend was geworden naar mezelf. Ik ging alles in vraag stellen, niet alleen mezelf maar ook mijn opleiding. Anderen die me er terug bovenop probeerden te krijgen, kwamen in eerste instantie ook niet binnen. Uiteindelijk hebben bepaalde mensen voor mij wel het verschil gemaakt: in het bijzonder de onvoorwaardelijke betrokkenheid en steun van mijn (groot)ouders en vrienden. Ik zocht ook professionele begeleiding. Het jaar erna raapte ik mijn moed terug bijeen en startte opnieuw. Ik herkanste mijn stage in het Sint-Trudo Ziekenhuis op de dienst oncologie en liaison. De stagementoren en collega’s tijdens die stage hebben eveneens een belangrijk aandeel gehad om me weer vooruit te stuwen.


Hoewel ik met de daver op het lijf en de staart tussen de benen begon op die plek, kreeg ik meteen te horen: “We moeten niet weten wat er vorig jaar gebeurd is, we beschouwen dit als een onbeschreven blad”. En het liep snel los, ik voelde er veiligheid, ik kon er mezelf zijn, kreeg de nodige omkadering en begeleiding. Ik kijk er dan ook op terug als een mooie corrigerende ervaring.


Mijn eindstage deed ik in het revalidatiecentrum in Overpelt. Ellen (collega bij Kurago) was er mijn stagementor. En dat was best een pittige kennismaking. Laat me zeggen dat er daar wel een stevige zelfstandigheid, ondernemingszin en engagement verwacht werd. Ik leerde er ontzettend veel dus besloot ik er ook als jobstudent in de zomervakanties aan de slag te gaan. Na mijn hogeschool afgerond te hebben, zette ik via een schakelprogramma de stap naar de masteropleiding klinische psychologie.


Waarom koos je ervoor om verder te studeren?


Ik wilde meer en tegelijkertijd zal er ook wel een stuk onzekerheid bij gezeten hebben. In de zin van: “Is mijn bagage wel voldoende groot, ga ik mensen wel kunnen bieden wat ze nodig hebben?”. En als je iets wilt doen binnen het klinische werkveld heb je gewoon meer kansen met een master. Ook als je voor een therapieopleiding wilt gaan, heb je die master nodig. Eigenlijk kende ik relatief weinig moeilijkheden binnen de master. Ik deed er wel opnieuw veel voor en trok me geregeld terug op mijn eilandje. Al slaagde ik er wel in om de teugels doorheen het jaar wat losser te laten. Tijdens de blok was ik echter wel de kluizenaar die zich opsloot. Ik hoor vaak dat ouders tegen hun kinderen zeggen: “Zou je niet eens wat gaan studeren?”. Bij mij was het net omgekeerd, mijn ouders zeiden tegen mij: “Zou je niet eens achter

die boeken uit komen?”.


Mijn masterstage deed ik in het Jessa Ziekenhuis op de psychiatrische afdeling. Ook dat was een verrijkende stage: heel uiteenlopend en heel boeiend. Ik mocht er zowel proeven van crisisbegeleiding als van dagbehandeling waar je meer verdiepend therapie doet. Dat hielp me mijn gesprekstherapeutische vaardigheden stevig aan te sterken. Ik herinner me nog dat ik tijdens de tweede week van de stage aan de psycholoog die mij superviseerde vroeg: “Vind je het goed als ik volgende keer zelf eens de groepsessie zou opstarten?”. Ze keek me aan en zei eerst niets. Ze was overweldigd door de vraag. We lachen nu nog mee met dat moment. Dat kenmerkt me: ik vlieg erin en leg de lat voor mezelf erg hoog. Ik ben nog steeds erg dankbaar voor de manier waarop het hecht team daar mijn verdere ontwikkeling als psycholoog en beginnend therapeut gestimuleerd en ondersteund heeft. Ook kreeg ik de kans om er een vervanging te doen. Zonder het goed te beseffen had ik al werk voor ik goed en wel officieel afgestudeerd was.


Dus je deed een vervanging, hoe liep het daarna verder?


Eind september liep die vervanging in het Jessa Ziekenhuis af en ondertussen was er ook het één en ander aan het bewegen in het revalidatiecentrum in Overpelt. Zo ging Ellen er weg en sprak ze (tussen de regels door) uit dat ze het vertrouwen had dat ik haar kon opvolgen. Ik solliciteerde er en kreeg er een tijdelijk contract. Werken met die doelgroep is ook echt mijn ding. MS is een ongeneeslijke aandoening, die heel je leven beïnvloedt en je ook doet stilstaan bij je levensvisie en levenswijze. Dat zorgt ervoor dat ik steeds op zoek ga naar de persoon achter de aandoening tijdens mijn gesprekken. En dat is evenzeer zo bij mensen met andere neurologische en locomotorische aandoeningen. Ik wil in eerste instantie exploreren wie er als uniek individu voor mij zit en niet welke klachten die persoon heeft.


De hulpvragen waren ook heel divers: ik werkte diagnostisch, bood cognitieve revalidatie en gaf therapeutische begeleiding. Stilaan merkte ik ook dat mijn hart vooral ligt bij het therapeutisch begeleiden, eerder dan bij het diagnostische aspect. Ik sta gewoon graag langs mensen als “metgezel” of “gids”, ga graag de diepte in, ontdek graag wat de persoon eigenlijk denkt, wat hij of zij voelt, ga graag op ontdekkingstocht naar iemands ontwikkelingsgeschiedenis.


Ik merkte dat mijn hart vooral ligt bij het therapeutisch begeleiden,

eerder dan bij het diagnostisch aspect.

Ik sta gewoon graag langs mensen als "gids".


En al was het inhoudelijke gedeelte heel erg boeiend, de werkomstandigheden en gang van zaken waren voor mij niet houdbaar. Met bepaalde personen zat ik niet op dezelfde golflengte en we konden elkaar niet bieden wat we nodig hadden. Ik kon er niet de psycholoog zijn die ik wil zijn. Ik vroeg naar duidelijkheid over mijn toekomst. Die kreeg ik uiteindelijk, in de vorm van het niet verlengen van mijn tijdelijk contract.

Ergens was dat een echte mokerslag. Het voelde aan als een ontslag. Deze beslissing had ik op dat moment niet verwacht, al besefte ik dat er iets moest veranderen. De manier waarop had echter wel anders gekund.


Hoe ga je dan met zoiets lastig om? Hoe deal je daarmee?


Ik heb mijn (veer)kracht kunnen vinden in het feit dat ik altijd heel eerlijk naar mezelf ben gebleven. Ik ben altijd blijven staan voor wie ik ben als persoon en psycholoog, voor wie ik wil zijn, voor wat ik wil doen met cliënten, voor mijn visie op hulpverlening. Ik heb mezelf en mijn waarden en normen nooit verloochend.


Ik heb in die periode ook de kracht van de aanwezigheid van bepaalde mensen langs me mogen ondervinden, in het bijzonder van mijn toenmalige rechtstreekse collega’s waar ik dagelijks bij terecht kon. En ik besef sinds toen nog veel meer hoe graag ik die persoon ook voor mijn cliënten hoop te zijn. Iemand die het vertrouwen in henzelf aanwakkert, iemand die hen aanmoedigt om dicht bij zichzelf te blijven, en hen de moed helpt vinden om te gaan voor wat ze diep van binnen écht willen.


Ik besefte dat hetgeen ik het liefste doe, mensen psychologisch begeleiden, ook niet gebonden is aan een bepaalde organisatie. Ook dat gaf me de nodige ademruimte.


Beseffen dat hetgeen ik het liefst doe

niet gebonden is aan een bepaalde organisatie,

gaf me de nodige ademruimte


Ik sprak met Ellen over dit gebeuren, waarop zij tegen me zei: “Wij zoeken bij Kurago nog nieuwe collega’s”. Mijn eerste reactie hierop was: “Denk jij dat ik daar wel genoeg bagage voor heb?”. Waarop ze haar ogen bijna uit haar hoofd rolde. Dus zo gezegd zo gedaan: ik schreef mijn motivatiebrief, werd uitgenodigd op een kennismakingsgesprek en we vonden een instant match. De dag erna kreeg ik telefoon van het psychiatrisch ziekenhuis in Munsterbilzen waar ik ook gesolliciteerd had. Uiteindelijk kreeg ik ook daar een interessant jobaanbod. Toen ben ik de puzzel gaan leggen en “gesprongen”.


Ik was heel content omdat ik wist dat ik verder kon met wat ik het liefste doe, psycholoog zijn en mensen ondersteunen. En tegelijkertijd dacht ik: “Oh nee, allemaal nieuwe ervaringen, op twee plaatsen op hetzelfde moment nieuw opstarten, wat gaat dat geven?”. Dus het heeft wel tijd en energie gevraagd om alles te laten bezinken, gecombineerd te krijgen en mijn draai hierin te vinden.


Hoe lukt het intussen?


Balans werk-privé, zelfzorg en mildheid, dat blijft een grote uitdaging. Ik denk dat de kleinste stap naar meer balans de belangrijkste is. Het zit hem in de kleine momentjes van mild zijn voor jezelf. Ik vind dit in een wandeling alleen in de natuur, of in afspreken met vrienden, in een luchtig gesprek, ... Maar ook in even een pauzemoment inlassen, even weg van multimedia, even niet bereikbaar hoeven zijn. Maar ook in durven zeggen: “Dit doe ik vandaag niet meer”. Ook al wringt dat soms wel.

Intussen heb ik ook de gewenste mensen rondom me waarbij ik terecht kan, en die me ook geregeld een spiegel voor houden. Ik leer milder te zijn naar mezelf. Al blijft het steeds wat zoeken.


Heb je tips voor mensen die op kruispunten komen in hun loopbaan?


De belangrijkste tip is: “Doe het zelf, maar niet alleen”. We denken vaak dat we zaken altijd alleen moeten doen of “oplossen”, we trekken muren op of blijven op ons eiland zitten. Beter is om je oor te luisteren te leggen bij mensen die je vertrouwt, bij mensen die je kennen, maar ook bij mensen die je niet of op een andere manier kennen, zoals professionals. Uiteindelijk leg je de verzamelde puzzelstukjes samen zoals jij ze wilt leggen.


De belangrijkste tip is:

"Doe het zelf, maar niet alleen"


Verder mag je twijfelen, bang en onzeker zijn. Dat is heel normaal, zeker als je op een kruispunt in je leven staat. Ik ervaar nog altijd angst en onzekerheid en heb er ook hoe langer hoe minder moeite mee om daar eerlijk over te zijn naar de buitenwereld toe. Ook dat is een vorm van mildheid naar jezelf, durven zeggen hoe het écht met je gaat.

En tegelijkertijd is het soms kwestie van durven springen, ervoor durven gaan en zien wat het geeft. Wat is het ergste? Achteraf moeten zeggen: “Ik wilde het zo graag, maar de angst hield me tegen”, of zeggen: “Ik heb het gedaan en het is wel of niet helemaal verlopen zoals ik verwacht had”? Durf ook stilstaan bij de vraag of je iets aan het vasthouden bent dat je niet écht gelukkig maakt of niet de voldoening geeft die je had verwacht, waardoor je mogelijks ook verblind kan worden en andere opties niet gaat exploreren.


Als ik je zou vragen wat je hoopt dat cliënten van je zeggen? Wat zou dat dan zijn?


Ik hoop dat ze zich gehoord voelen, zich veilig voelen bij me, en kunnen ervaren dat ik mijn job vanuit een oprechte betrokkenheid naar de persoon voor me doe. Ik hoop dat ze voelen dat die passie voor mentaal welzijn in me zit. Dat ik niet voor hen zit omdat ik ervoor betaald word, maar vanuit een open-minded levensfilosofie.


In mijn aanpak kies ik voor de “zachte confrontatie”. Vroeger dacht ik vaker: “Zou ik dit wel zeggen, hoe zou dit overkomen?”. Nu zeg ik het gewoon, en toets ik het af: “Hoe komt dit binnen?”. Soms is dat nodig om mensen te doen vertragen en te laten reflecteren. Ik vraag hen: “Wat gebeurt hier nu eigenlijk, ik zie dit, jij ook?”.


In een opleiding die ik volgde zei de docent: “Als therapie akelig begint te worden voor je cliënt, dan zit je vaak goed”. Ik wil de moeilijke thema’s niet uit de weg gaan, want ik geloof dat er geen zingevend, voldoeninggevend leven mogelijk is zonder pijn. Er zijn nu eenmaal obstakels in de richting van het leven dat we graag zouden willen. Ik hoop cliënten te helpen inzien dat dat niet hoeft te betekenen dat ze dit leven niet kunnen leiden. Ik geloof dat door deze obstakels mensen ook verder kunnen groeien en ontwikkelen in lijn met hetgeen dat zij diep vanbinnen écht willen.


Bedankt Stijn voor dit inspirerende interview.



271 weergaven